Schrijf het cijfer twee keer
11 × 3 = 33, 11 × 7 = 77, 11 × 9 = 99. Dit geldt voor alle getallen onder de 10, waardoor je negen sommen meteen uit je hoofd weet.
De tafel van 11 begint als de makkelijkste tafel van allemaal: schrijf het cijfer gewoon twee keer op. Pas aan het einde wijken de laatste twee sommen van de regel af. Weten waar het patroon stopt, is het hele geheim.
Bij 11 × 1 tot en met 11 × 9 herhaal je gewoon het cijfer: 11 × 6 = 66. Vanaf 11 × 10 verandert het patroon.
Doorloop de stappen op volgorde. Elke stap vraagt net iets meer van je dan de vorige. Je behaalde medailles blijven bewaard op dit apparaat, zodat je altijd verder kunt waar je was gebleven.
Jouw voortgang
0 van de 6 stappen voltooidZeg de hele tafel twee keer hardop op en daarna nog eens zonder te kijken. Door jezelf hardop te horen, onthoud je het veel beter.
Typ de antwoorden van 11 × 1 tot 11 × 12. Op volgorde is de makkelijke versie: je kunt steeds doortellen vanaf de vorige som.
Sleep elk antwoord naar de juiste som. Tik eerst op een antwoord en daarna op een som als je liever niet sleept.
Dezelfde twaalf sommen, maar nu door elkaar gehusseld. Hier ontdek je welke je echt al uit je hoofd kent.
Kies het juiste antwoord voordat de tijdsbalk leeg is. Snelheid telt: een som die je kent, beantwoord je binnen drie seconden.
Twaalf vragen, geen hints, één minuut. Heb je alles goed? Dan beheers je de tafel van 11 helemaal.
Alle onderstaande spellen zijn al ingesteld op de tafel van 11. Pas de tafels in het spel aan zodra je toe bent aan een grotere uitdaging.
Gewone sommen, geen klok, geen tijdsdruk.
Klopt het antwoord, of toch niet?
Allerlei soorten vragen door elkaar gehusseld.
Een echte tafeltoets, nagekeken aan het eind.
Hoeveel sommen beantwoord je voordat de tijd op is?
Zestig seconden. Hoe ver kom jij?
11 × 3 = 33, 11 × 7 = 77, 11 × 9 = 99. Dit geldt voor alle getallen onder de 10, waardoor je negen sommen meteen uit je hoofd weet.
11 × 10 = 110, 11 × 11 = 121, 11 × 12 = 132. Hier stopt het dubbele-cijferpatroon, dus oefen deze drie sommen even apart.
Voor 11 × 12 splits je 12 in 1 en 2, tel je ze op tot 3 en zet je dat cijfer in het midden: 1_3_2 = 132. Ditzelfde trucje geeft 11 × 14 = 154.
Weten hoeveel 11 × 7 is, is één ding; herkennen dat een vraagstuk om 11 × 7 vraagt, is iets anders. Reken ze eerst op papier uit en controleer daarna je antwoord.
Een voetbalteam bestaat uit 11 spelers. In een competitie spelen 6 teams. Hoeveel spelers zijn dat bij elkaar?
Een bakker stopt 11 broodjes in een doos en vult 8 dozen. Hoeveel broodjes zijn dat?
Een theaterzaal heeft 11 stoelen in elke rij en 12 rijen. Hoeveel stoelen zijn er in totaal?
Print deze tafelkaart en hang hem op een plek waar je hem vaak ziet: op de koelkast, in je etui of boven je bureau. Tien keer per dag een snelle blik werkt beter dan één keer lang blokken.
| 11 × 1 | 11 |
|---|---|
| 11 × 2 | 22 |
| 11 × 3 | 33 |
| 11 × 4 | 44 |
| 11 × 5 | 55 |
| 11 × 6 | 66 |
| 11 × 7 | 77 |
| 11 × 8 | 88 |
| 11 × 9 | 99 |
| 11 × 10 | 110 |
| 11 × 11 | 121 |
| 11 × 12 | 132 |
Vijf kant-en-klare werkbladen voor de tafel van 11 inclusief antwoordenblad, plus een werkbladgenerator als je zelf de vraagsoorten wilt kiezen.
Twaalf tafels, en je kent er stiekem al meer dan je denkt. Elke keersom die je hier leert, komt immers ook terug in een andere tafel.