Dubbel-dubbel
4 × 9: verdubbel 9 naar 18, verdubbel 18 naar 36. Twee makkelijke stappen werken sneller dan één moeilijke, en het klopt bij elke som in de tafel.
De tafel van 4 is eigenlijk twee keer de tafel van 2. Als verdubbelen al goed gaat, kost deze tafel nauwelijks moeite: je verdubbelt een getal en verdubbelt de uitkomst daarna nog een keer.
Vermenigvuldigen met 4 is twee keer verdubbelen: 4 × 7 → het dubbele van 7 is 14 → het dubbele van 14 is 28.
Doorloop de stappen op volgorde. Elke stap vraagt net iets meer van je dan de vorige. Je behaalde medailles blijven bewaard op dit apparaat, zodat je altijd verder kunt waar je was gebleven.
Jouw voortgang
0 van de 6 stappen voltooidZeg de hele tafel twee keer hardop op en daarna nog eens zonder te kijken. Door jezelf hardop te horen, onthoud je het veel beter.
Typ de antwoorden van 4 × 1 tot 4 × 12. Op volgorde is de makkelijke versie: je kunt steeds doortellen vanaf de vorige som.
Sleep elk antwoord naar de juiste som. Tik eerst op een antwoord en daarna op een som als je liever niet sleept.
Dezelfde twaalf sommen, maar nu door elkaar gehusseld. Hier ontdek je welke je echt al uit je hoofd kent.
Kies het juiste antwoord voordat de tijdsbalk leeg is. Snelheid telt: een som die je kent, beantwoord je binnen drie seconden.
Twaalf vragen, geen hints, één minuut. Heb je alles goed? Dan beheers je de tafel van 4 helemaal.
Alle onderstaande spellen zijn al ingesteld op de tafel van 4. Pas de tafels in het spel aan zodra je toe bent aan een grotere uitdaging.
Gewone sommen, geen klok, geen tijdsdruk.
Klopt het antwoord, of toch niet?
Allerlei soorten vragen door elkaar gehusseld.
Een echte tafeltoets, nagekeken aan het eind.
Hoeveel sommen beantwoord je voordat de tijd op is?
Zestig seconden. Hoe ver kom jij?
4 × 9: verdubbel 9 naar 18, verdubbel 18 naar 36. Twee makkelijke stappen werken sneller dan één moeilijke, en het klopt bij elke som in de tafel.
Twee keer verdubbelen levert altijd een even getal op: 4, 8, 12, 16, 20, 24, 28, 32, 36, 40, 44, 48 — er zit geen enkel oneven getal tussen.
Als je weet dat 4 × 6 = 24 is, weet je ook meteen dat een kwart van 24 gelijk is aan 6. Elke keersom helpt je dus ook meteen bij breuken en delen.
Weten hoeveel 4 × 7 is, is één ding; herkennen dat een vraagstuk om 4 × 7 vraagt, is iets anders. Reken ze eerst op papier uit en controleer daarna je antwoord.
Op een parkeerplaats staan 8 auto's. Elke auto heeft 4 wielen. Hoeveel wielen staan er op het terrein?
In een klaslokaal staan 12 stoelen met elk 4 poten. Hoeveel stoelpoten staan er op de vloer?
Je snijdt 7 vierkante boterhammen. Elk vierkant heeft 4 hoeken. Hoeveel hoeken zijn er in totaal?
Print deze tafelkaart en hang hem op een plek waar je hem vaak ziet: op de koelkast, in je etui of boven je bureau. Tien keer per dag een snelle blik werkt beter dan één keer lang blokken.
| 4 × 1 | 4 |
|---|---|
| 4 × 2 | 8 |
| 4 × 3 | 12 |
| 4 × 4 | 16 |
| 4 × 5 | 20 |
| 4 × 6 | 24 |
| 4 × 7 | 28 |
| 4 × 8 | 32 |
| 4 × 9 | 36 |
| 4 × 10 | 40 |
| 4 × 11 | 44 |
| 4 × 12 | 48 |
Vijf kant-en-klare werkbladen voor de tafel van 4 inclusief antwoordenblad, plus een werkbladgenerator als je zelf de vraagsoorten wilt kiezen.
Twaalf tafels, en je kent er stiekem al meer dan je denkt. Elke keersom die je hier leert, komt immers ook terug in een andere tafel.