10×

Tafel van 10

De tafel van 10 leren kinderen bijna vanzelf, omdat ons hele getallensysteem op tientallen is gebouwd. Vermenigvuldig een heel getal met 10 en elk cijfer schuift een plek naar links, waardoor er achteraan een nul bij komt.

De tafel van 10

  • 10 1 10
  • 10 2 20
  • 10 3 30
  • 10 4 40
  • 10 5 50
  • 10 6 60
  • 10 7 70
  • 10 8 80
  • 10 9 90
  • 10 10 100
  • 10 11 110
  • 10 12 120

Vermenigvuldigen van een heel getal met 10 schuift elk cijfer één positie naar links, zodat er een nul achteraan komt: 10 × 7 = 70.

Het 6-stappenplan

Doorloop de stappen op volgorde. Elke stap vraagt net iets meer van je dan de vorige. Je behaalde medailles blijven bewaard op dit apparaat, zodat je altijd verder kunt waar je was gebleven.

Jouw voortgang

0 van de 6 stappen voltooid

Zeg de hele tafel twee keer hardop op en daarna nog eens zonder te kijken. Door jezelf hardop te horen, onthoud je het veel beter.

Typ de antwoorden van 10 × 1 tot 10 × 12. Op volgorde is de makkelijke versie: je kunt steeds doortellen vanaf de vorige som.

Sleep elk antwoord naar de juiste som. Tik eerst op een antwoord en daarna op een som als je liever niet sleept.

Dezelfde twaalf sommen, maar nu door elkaar gehusseld. Hier ontdek je welke je echt al uit je hoofd kent.

Kies het juiste antwoord voordat de tijdsbalk leeg is. Snelheid telt: een som die je kent, beantwoord je binnen drie seconden.

Twaalf vragen, geen hints, één minuut. Heb je alles goed? Dan beheers je de tafel van 10 helemaal.

Handige trucjes voor de tafel van 10

Zet er een nul achter

10 × 6 = 60, 10 × 12 = 120. Dit werkt voor elk heel getal, hoe groot ook. Let wel op bij kommagetallen: 10 × 0,5 is 5 en niet 0,50.

De sleutel tot twee andere tafels

Neem de helft van de uitkomst en je hebt de tafel van 5. Trek er één groepje vanaf en je hebt de tafel van 9. Met de tafel van 10 beheers je er dus meteen drie.

Reken met geld

Tien muntjes van 10 cent maken samen 1 euro. Tellen met geld is de snelste manier om deze tafel tastbaar en logisch te maken.

Verhaaltjessommen voor de tafel van 10

Weten hoeveel 10 × 7 is, is één ding; herkennen dat een vraagstuk om 10 × 7 vraagt, is iets anders. Reken ze eerst op papier uit en controleer daarna je antwoord.

Tien in een doosje

Potloden zitten per 10 in een doosje. Een meester koopt 7 doosjes. Hoeveel potloden zijn dat?

Toon de berekening
10 potloden × 7 doosjes = 70 70 potloden.

Tien cent per stuk

Je koopt 9 stickers van 10 cent per stuk. Hoeveel geef je uit?

Toon de berekening
10 cent × 9 stickers = 90 90 cent.

Rondjes op de baan

Eén rondje op het plein is 10 meter. Je rent 12 rondjes. Hoeveel meter heb je gerend?

Toon de berekening
10 meter × 12 rondjes = 120 120 meter.

Tafelkaart van 10

Print deze tafelkaart en hang hem op een plek waar je hem vaak ziet: op de koelkast, in je etui of boven je bureau. Tien keer per dag een snelle blik werkt beter dan één keer lang blokken.

Tafelkaart
De tafel van 10 van 10 × 1 tot 10 × 12.
10 × 1 10
10 × 2 20
10 × 3 30
10 × 4 40
10 × 5 50
10 × 6 60
10 × 7 70
10 × 8 80
10 × 9 90
10 × 10 100
10 × 11 110
10 × 12 120

Print werkbladen voor de tafel van 10

Vijf kant-en-klare werkbladen voor de tafel van 10 inclusief antwoordenblad, plus een werkbladgenerator als je zelf de vraagsoorten wilt kiezen.

Veelgestelde vragen over de tafel van 10

Wat is de tafel van 10?
10 × 1 = 10, 10 × 2 = 20, 10 × 3 = 30, 10 × 4 = 40, 10 × 5 = 50, 10 × 6 = 60, 10 × 7 = 70, 10 × 8 = 80, 10 × 9 = 90, 10 × 10 = 100, 10 × 11 = 110, 10 × 12 = 120.
Klopt de regel "gewoon een nul erachter zetten"?
Bij hele getallen wel, maar bij kommagetallen gaat het mis: 10 × 2,5 is 25 en niet 2,50. Wiskundig gezien schuift elk cijfer één plek naar links op de getallenlijn.
Wat is de makkelijkste tafel?
De tafel van 10, op de voet gevolgd door 1, 2 en 5. De meeste scholen behandelen de tafel van 10 al heel vroeg, omdat dit de tafels van 5 en 9 daarna een stuk eenvoudiger maakt.

Deel deze pagina