Verdubbelen en er eentje bij optellen
Voor 3 × 7 verdubbel je eerst 7 naar 14, en tel je er nog een keer 7 bij op: 21. Drie groepjes is immers twee groepjes plus nog één groepje.
De tafel van 3 is de eerste tafel die je echt goed moet oefenen: de uitkomsten kun je niet zomaar aflezen van een simpel patroon. Het goede nieuws is dat de tafel van 3 een slimme controletruc heeft die geen enkele andere kleine tafel kent.
Tel de cijfers van een uitkomst in de tafel van 3 bij elkaar op en je krijgt altijd 3, 6 of 9: 24 → 2 + 4 = 6; 36 → 3 + 6 = 9.
Doorloop de stappen op volgorde. Elke stap vraagt net iets meer van je dan de vorige. Je behaalde medailles blijven bewaard op dit apparaat, zodat je altijd verder kunt waar je was gebleven.
Jouw voortgang
0 van de 6 stappen voltooidZeg de hele tafel twee keer hardop op en daarna nog eens zonder te kijken. Door jezelf hardop te horen, onthoud je het veel beter.
Typ de antwoorden van 3 × 1 tot 3 × 12. Op volgorde is de makkelijke versie: je kunt steeds doortellen vanaf de vorige som.
Sleep elk antwoord naar de juiste som. Tik eerst op een antwoord en daarna op een som als je liever niet sleept.
Dezelfde twaalf sommen, maar nu door elkaar gehusseld. Hier ontdek je welke je echt al uit je hoofd kent.
Kies het juiste antwoord voordat de tijdsbalk leeg is. Snelheid telt: een som die je kent, beantwoord je binnen drie seconden.
Twaalf vragen, geen hints, één minuut. Heb je alles goed? Dan beheers je de tafel van 3 helemaal.
Alle onderstaande spellen zijn al ingesteld op de tafel van 3. Pas de tafels in het spel aan zodra je toe bent aan een grotere uitdaging.
Gewone sommen, geen klok, geen tijdsdruk.
Klopt het antwoord, of toch niet?
Allerlei soorten vragen door elkaar gehusseld.
Een echte tafeltoets, nagekeken aan het eind.
Hoeveel sommen beantwoord je voordat de tijd op is?
Zestig seconden. Hoe ver kom jij?
Voor 3 × 7 verdubbel je eerst 7 naar 14, en tel je er nog een keer 7 bij op: 21. Drie groepjes is immers twee groepjes plus nog één groepje.
Bij elk getal in de tafel van 3 is de som van de cijfers 3, 6 of 9. Denk je dat 3 × 8 = 25 is? Controleer maar: 2 + 5 = 7, en 7 past niet in het rijtje, dus 25 klopt niet.
3, 6, 9, 12, 15, 18, 21, 24, 27, 30, 33, 36. Klap in je handen bij elk derde getal; het ritme helpt je geheugen enorm op weg.
Weten hoeveel 3 × 7 is, is één ding; herkennen dat een vraagstuk om 3 × 7 vraagt, is iets anders. Reken ze eerst op papier uit en controleer daarna je antwoord.
Een fotograaf zet 6 statieven neer. Elk statief heeft 3 poten. Hoeveel poten zijn dat bij elkaar?
Je oefent 9 dagen lang elke dag 3 tafelsommen. Hoeveel sommen heb je dan gemaakt?
Toetjes zitten verpakt per 3 stuks. Een winkel verkoopt op zaterdag 12 verpakkingen. Hoeveel toetjes zijn dat?
Print deze tafelkaart en hang hem op een plek waar je hem vaak ziet: op de koelkast, in je etui of boven je bureau. Tien keer per dag een snelle blik werkt beter dan één keer lang blokken.
| 3 × 1 | 3 |
|---|---|
| 3 × 2 | 6 |
| 3 × 3 | 9 |
| 3 × 4 | 12 |
| 3 × 5 | 15 |
| 3 × 6 | 18 |
| 3 × 7 | 21 |
| 3 × 8 | 24 |
| 3 × 9 | 27 |
| 3 × 10 | 30 |
| 3 × 11 | 33 |
| 3 × 12 | 36 |
Vijf kant-en-klare werkbladen voor de tafel van 3 inclusief antwoordenblad, plus een werkbladgenerator als je zelf de vraagsoorten wilt kiezen.
Twaalf tafels, en je kent er stiekem al meer dan je denkt. Elke keersom die je hier leert, komt immers ook terug in een andere tafel.