Kijk naar de klok
Elk getal op een wijzerplaat hoort bij de tafel van 5. De 7 staat voor 35 minuten, de 9 voor 45. Wie kan klokkijken, kent stiekem al een groot deel van deze tafel.
De tafel van 5 heeft het duidelijkste patroon van allemaal: elk antwoord eindigt om en om op een 5 of een 0. Kinderen ontdekken dit vaak al binnen een minuut, en een patroon dat je zelf vindt, vergeet je nooit meer.
Elk antwoord eindigt op 5 of 0. Een oneven getal × 5 eindigt op 5; een even getal × 5 eindigt op 0.
Doorloop de stappen op volgorde. Elke stap vraagt net iets meer van je dan de vorige. Je behaalde medailles blijven bewaard op dit apparaat, zodat je altijd verder kunt waar je was gebleven.
Jouw voortgang
0 van de 6 stappen voltooidZeg de hele tafel twee keer hardop op en daarna nog eens zonder te kijken. Door jezelf hardop te horen, onthoud je het veel beter.
Typ de antwoorden van 5 × 1 tot 5 × 12. Op volgorde is de makkelijke versie: je kunt steeds doortellen vanaf de vorige som.
Sleep elk antwoord naar de juiste som. Tik eerst op een antwoord en daarna op een som als je liever niet sleept.
Dezelfde twaalf sommen, maar nu door elkaar gehusseld. Hier ontdek je welke je echt al uit je hoofd kent.
Kies het juiste antwoord voordat de tijdsbalk leeg is. Snelheid telt: een som die je kent, beantwoord je binnen drie seconden.
Twaalf vragen, geen hints, één minuut. Heb je alles goed? Dan beheers je de tafel van 5 helemaal.
Alle onderstaande spellen zijn al ingesteld op de tafel van 5. Pas de tafels in het spel aan zodra je toe bent aan een grotere uitdaging.
Gewone sommen, geen klok, geen tijdsdruk.
Klopt het antwoord, of toch niet?
Allerlei soorten vragen door elkaar gehusseld.
Een echte tafeltoets, nagekeken aan het eind.
Hoeveel sommen beantwoord je voordat de tijd op is?
Zestig seconden. Hoe ver kom jij?
Elk getal op een wijzerplaat hoort bij de tafel van 5. De 7 staat voor 35 minuten, de 9 voor 45. Wie kan klokkijken, kent stiekem al een groot deel van deze tafel.
5 × 8: reken eerst 10 × 8 = 80 uit en halveer dat naar 40. Vijf is precies de helft van tien, dus dit werkt altijd.
5, 10, 15, 20, 25, 30 — het laatste cijfer wisselt steeds tussen 5 en 0. Vermenigvuldig je een oneven getal met 5, dan eindigt het op een 5; bij een even getal krijg je een 0.
Weten hoeveel 5 × 7 is, is één ding; herkennen dat een vraagstuk om 5 × 7 vraagt, is iets anders. Reken ze eerst op papier uit en controleer daarna je antwoord.
Er staan 9 kinderen in een kring die allemaal één hand opsteken. Hoeveel vingers zijn er in de lucht?
Een kermisattractie duurt 5 minuten per rit. De attractie draait 11 keer achter elkaar. Hoe lang duurt dat?
In een spaarpot zitten 12 munten van 5 cent. Hoeveel cent is dat in totaal?
Print deze tafelkaart en hang hem op een plek waar je hem vaak ziet: op de koelkast, in je etui of boven je bureau. Tien keer per dag een snelle blik werkt beter dan één keer lang blokken.
| 5 × 1 | 5 |
|---|---|
| 5 × 2 | 10 |
| 5 × 3 | 15 |
| 5 × 4 | 20 |
| 5 × 5 | 25 |
| 5 × 6 | 30 |
| 5 × 7 | 35 |
| 5 × 8 | 40 |
| 5 × 9 | 45 |
| 5 × 10 | 50 |
| 5 × 11 | 55 |
| 5 × 12 | 60 |
Vijf kant-en-klare werkbladen voor de tafel van 5 inclusief antwoordenblad, plus een werkbladgenerator als je zelf de vraagsoorten wilt kiezen.
Twaalf tafels, en je kent er stiekem al meer dan je denkt. Elke keersom die je hier leert, komt immers ook terug in een andere tafel.