Verdubbelen maar
Als je weet dat 6 + 6 = 12 is, weet je ook direct dat 2 × 6 = 12 is. Alles wat je uit je hoofd kunt verdubbelen, kun je in deze tafel gebruiken.
De tafel van 2 is gewoon verdubbelen, en verdubbelen kunnen de meeste kinderen al voordat ze met tafels beginnen. Dat maakt dit de ideale start: de uitkomsten voelen meteen vertrouwd en elk antwoord is een even getal.
Vermenigvuldigen met 2 is verdubbelen. 2 × 7 is 7 + 7. Elk antwoord eindigt op 0, 2, 4, 6 of 8.
Doorloop de stappen op volgorde. Elke stap vraagt net iets meer van je dan de vorige. Je behaalde medailles blijven bewaard op dit apparaat, zodat je altijd verder kunt waar je was gebleven.
Jouw voortgang
0 van de 6 stappen voltooidZeg de hele tafel twee keer hardop op en daarna nog eens zonder te kijken. Door jezelf hardop te horen, onthoud je het veel beter.
Typ de antwoorden van 2 × 1 tot 2 × 12. Op volgorde is de makkelijke versie: je kunt steeds doortellen vanaf de vorige som.
Sleep elk antwoord naar de juiste som. Tik eerst op een antwoord en daarna op een som als je liever niet sleept.
Dezelfde twaalf sommen, maar nu door elkaar gehusseld. Hier ontdek je welke je echt al uit je hoofd kent.
Kies het juiste antwoord voordat de tijdsbalk leeg is. Snelheid telt: een som die je kent, beantwoord je binnen drie seconden.
Twaalf vragen, geen hints, één minuut. Heb je alles goed? Dan beheers je de tafel van 2 helemaal.
Alle onderstaande spellen zijn al ingesteld op de tafel van 2. Pas de tafels in het spel aan zodra je toe bent aan een grotere uitdaging.
Gewone sommen, geen klok, geen tijdsdruk.
Klopt het antwoord, of toch niet?
Allerlei soorten vragen door elkaar gehusseld.
Een echte tafeltoets, nagekeken aan het eind.
Hoeveel sommen beantwoord je voordat de tijd op is?
Zestig seconden. Hoe ver kom jij?
Als je weet dat 6 + 6 = 12 is, weet je ook direct dat 2 × 6 = 12 is. Alles wat je uit je hoofd kunt verdubbelen, kun je in deze tafel gebruiken.
2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 24. Zeg het op met een vast ritme — ideaal om even te oefenen onderweg naar school.
Eindig je op een oneven getal, dan zit er ergens een foutje. Met deze simpele controle ontdek je vergissingen meteen.
Weten hoeveel 2 × 7 is, is één ding; herkennen dat een vraagstuk om 2 × 7 vraagt, is iets anders. Reken ze eerst op papier uit en controleer daarna je antwoord.
Er liggen 8 paar sokken in de la. Hoeveel losse sokken zijn dat bij elkaar?
In een fietsenrek staan 11 fietsen. Elke fiets heeft 2 wielen. Hoeveel wielen staan er in het rek?
Iedereen in een gezin van 5 bestelt een ijsje met 2 bolletjes. Hoeveel bolletjes schept de ijssalon?
Print deze tafelkaart en hang hem op een plek waar je hem vaak ziet: op de koelkast, in je etui of boven je bureau. Tien keer per dag een snelle blik werkt beter dan één keer lang blokken.
| 2 × 1 | 2 |
|---|---|
| 2 × 2 | 4 |
| 2 × 3 | 6 |
| 2 × 4 | 8 |
| 2 × 5 | 10 |
| 2 × 6 | 12 |
| 2 × 7 | 14 |
| 2 × 8 | 16 |
| 2 × 9 | 18 |
| 2 × 10 | 20 |
| 2 × 11 | 22 |
| 2 × 12 | 24 |
Vijf kant-en-klare werkbladen voor de tafel van 2 inclusief antwoordenblad, plus een werkbladgenerator als je zelf de vraagsoorten wilt kiezen.
Twaalf tafels, en je kent er stiekem al meer dan je denkt. Elke keersom die je hier leert, komt immers ook terug in een andere tafel.